LJMV

Lies Jo Vandenhende

Categorie: Poetry

ménage à trois

Processed with VSCO with  preset

Ik wist altijd wanneer ze er was.
Ze deed niets om het te verstoppen.
Er waren de restjes gloss op de glazen, de extra voetstappen, de zwaarte.

Vroeger stond ik op je schoenen en wandelde je zo heel de kamer met me rond
om minder sporen na te laten,
onze energie te sparen.
We hadden het over hoe we de dingen zouden bezoeken met mijn ogen en jouw voeten.

Ik weet niet meer waar het begon.
Plots was er de dag dat we samen een derde kussen kochten en onze dromen opruimden om plaats te maken voor haar loodzware lichaam. Onder het gewicht van haar oogleden helden we zacht naar elkaar toe.
Ik maakte ontbijt voor twee maar zij at altijd mee. We joegen er liters koffie door, lieten de afwas staan tot het servies op was en begonnen dan weer van voor af aan.

Wanneer ze weer eens had gehuild verschoonde ik de lakens.
Op zondag speelde ze opgewekt piano. Jij keek toe over de rand van je boek en ik deed alsof ik niet zag dat je alles ongelezen liet.
Eerst kwam je niet meer slapen zonder haar. Toen kwam je niet meer slapen.

Ik weet niet meer zeker of ze er ooit niet geweest is.
Je groeide steeds diepere wortels, legde knoopjes met de hare. Ik wilde je wijzen op de wind op het groeiseizoen op hoe koud de bodem op het bos op buiten.

Ze lag maandenlang tussen ons in.
Ik wist altijd wanneer ze er was, tot ze niet meer weg ging. Tot jullie samen gingen.
Ik vraag me af of je voeten nu blauw onder haar gewicht,
of je de dingen nog gaat bezoeken, met welke ogen je kijken zal.

Advertenties

Reisverslag

Processed with VSCO with b5 preset

1 /
Ik sluit de deur van de boekwinkel en steek het plein over. Een jongen zoekt mijn blik en ik denk aan een petitie voor walvissen, stiften voor zieke kindjes, abonnementen. Hij spreidt zijn armen en roept:
‘Uw lievelingstelevisieprogramma toen u kind was!’
Ik heb het gevoel dat ik snel moet antwoorden, alsof hij ook ‘noem het eerste wat in je opkomt’ roept. Er gaat een eeuwigheid voorbij voor ik drie stappen verder eindelijk ‘Kulderzipke!’ kan antwoorden,
en er snel ‘Vlaams!’ aan toevoeg omdat hij vragend kijkt.

Hij roept de naam van zijn lievelingstelevisieprogramma toen hij kind was, waarna ik beloof het te zullen opzoeken en bekijken en hoewel ik nu al niet meer weet, wou ik dat ik wel nog. Ik wandel verder en het dringt tot me door dat hij geen petitie voor walvissen, geen stiften voor zieke kindjes, geen abonnementen.
Dat hij alleen maar iets van mij zodat ik dan iets van hem.

2 /
Ik zit op een terras. Ik ben hier voor de truffelmayo, de bistrotafels met marmeren blad. Adem de stad in en bedenk mezelf dat ik hier vooral zou willen wonen omdat mensen mij dan vragen zouden stellen op café en ik bij het formuleren van die antwoorden mezelf opnieuw zou verzinnen.

3 /
De tentoonstelling schrijft:
‘Is het jou al overkomen dat je een gesprek begint op een plek – een stad waar je vandaag kwam of een tentoonstelling op een andere verdieping – ‘
Ik verlies mijn aandacht bij het lezen en registreer niets, tot:
‘Sommige mensen of dingen zijn er misschien niet, maar het gesprek gaat verder.’

4 /
Iemand praat door een microfoon. Hij zegt: ‘Het volgende nummer gaat over twee mensen die elkaar blijven ontmoeten, en het is nog niet voorbij.’

5 /
Er zijn drie bartenders en evenveel publiek maar we springen samen op de muziek alsof we elkaar kennen, tot we elkaar kennen.

6 /
Ik kom de kamer van het hostel binnen en wek een jongen met het licht van de plafondlamp. Hij bedankt me want hij moet toch opstaan, zegt hij. Hij werkt bij de Amerikaanse luchtmacht en heeft een dochter van drie die hij niet ziet. We lachen om zijn schoenen bij het stapelbed en raden elkaars leeftijd.

7 /
Een man wil weten waar ik ga zitten maar dat heb ik nog niet beslist. Ik wil koffie, krijg ik er uit. Eén beslissing per zucht. Hij herhaalt zijn vraag en ik bestel de meest fruitige koffie van de vier.

8 /
Inkom voor een museum: 20 euro. Ik zeg heel luid ‘wablief’ maar betaal toch en loop verloren tussen de geverfde muren. Op deze plek wordt de kleur van de muren afgestemd op de tentoongestelde periode.

Ik moet wennen aan de kleuren op de achtergrond en vertel mezelf dat wit alleen maar doet alsof het neutraal is maar afhankelijk van de lichtinval en het tijdstip nog steeds de toon bepaalt. Lila voor het expressionisme.

9 /
Op de brug is er de zon en een novemberwind. Meer zuurstof in de lucht dan thuis. Alsof iemand mij er aan herinnert, dat je bij het puzzelen ook eerst de hoekjes zoekt
weet ik plots waar te beginnen.

Barkruk

roffa

Ik kwam hier vandaag om mezelf te vinden
of achter te laten, in de constellatie die mensen vormen
met hun verdriet en de stad die voor ze zichzelf kent weer een ander is
waar gevels gezichten met beugels, we alles recht willen zetten
nooit is er iemand die zucht
dat ze niet meer te redden vallen
dat we onze façades zandstralen en doen alsof de brandtrap een veilige uitweg
maar zelfs dan moet je durven springen
meestal zit er een meter tussen ons en de dingen
of ik tel het aantal nooduitgangen
of ik ga er met mijn rug heen zitten

27

Hij is altijd de klap, de klik,
de sluitertijd: afdrukken tussen het zichtbare en wat er valt te vereeuwigen in donkere kamers, het krioelen van lieveheersbeestjes onder lakens, hun stippen tellen,
ze sproeten noemen.

Schuilen is een vorm van maken, morsen. Van alle vlekken krijgen alleen de sterren namen, niet de kringen op tafel na overgoten glazen, vuile monden met volle lippen waar rood in droge velletjes dringt, schrobben van tanden en tongen, de nasmaak van een nacht zonder, een kamp op zolder, elkaar strikken, daar
na de lus de knoop worden.

Vallen is een vorm van maken, torsen. Van alle vlekken krijgen alleen de sterren namen, de rode ogen de witte spoken de oeps verdomme, bewogen. Hij is altijd de sluitertijd, de morser, de torser, de afwezige de olifant in de kamer en de man met de hamer

Ik zie hem steeds vaker met dode ogen schaterlachen, en ik plooi mijn lijf in drie: lende, knie – in de hoop dat dat de klap opvangt.

Blauw licht

Door de ramen van de tram zie je niet langer hoe het donker wordt. Er kleeft reclame op. Om het licht te houden. Een firmawagen met plaats voor vijf met slechts één inzittende houdt halt op de stoep, parkeert zich daar. De chauffeur bezoekt binnen een moeder. Een andere moeder zit in een fauteuil bij het raam. Ze zwaait naar mij. In mijn hoofd heet ze Rosa.

Door een raam kijken heeft iets van escapisme. Bij iemand anders binnenkijken zorgt ervoor dat je even niet bij jezelf moet binnenkijken. Bij het rusthuis om de hoek is mijn blik altijd welkom. Vaak slaapt een man met open mond in de stoel naast Rosa, zo ook vandaag. Ik kijk naar binnen, naar haar. Naar hoe de tijd haar niet langer de baas is. Hoe die alleen nog het einde mag bepalen, niet langer het tempo.

Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam,
dan mijn Samsung Galaxy S8 met afgerond scherm. We zitten gevangen in algoritmes.
Slaapt u nog? In elke droom zie ik blauw licht aan het einde van de tunnel.

Aan halte Astrid beweegt de wereld. Politie met een fiets op de roltrap, een jonge vrouw op een toestel dat niet smart is maar wel een phone. Wel kleur, wel meer dan 9 karakters op het scherm. Ze stuurt een bericht, dat ze later zal zijn. We dragen dezelfde kleur sjaal. Hij stuurt niet terug.

De vrouw heeft een rugzak om. Met een rugzak om voel ik me een kind van twaalf in een enorm meisjeslichaam. Meer dan de helft van de mensen moet omhoog kijken om me aan te kijken. Een deel daarvan doet die moeite niet.

Meester Martens van het vierde leerjaar vertelde tijdens de lessen meetkunde altijd dat één meter tachtig de gemiddelde lengte is voor een man. Hij was één meter 80. Ik ben dat ook, nu. Het was niet mijn ambitie om gemiddeld te worden. Hij zette me thuis af omdat het op zijn weg was en omdat mama langer werkte dan de naschoolse opvang duurde. Hij reed met een rode Alfa Romeo en ik keek alleen maar door het raam, zei nooit wat. Alleen dankuwel en tot morgen. Toen had ik ook een rugzak.

Aan halte Astrid beweegt de wereld.
Ik doe mijn best om rechtop te lopen. Verbergen is een vorm van oprollen. Het was niet mijn ambitie om gemiddeld te worden. Er is een vrouw die haar raampje laat vallen. Omstanders houden hun adem in tot de opluchting van haar gezicht te lezen valt. Het scherm is niet gebarsten. Haar wereld niet gebroken.

Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam,
dan mijn Samsung Galaxy S8 met afgerond scherm. We zitten gevangen in algoritmes.
Slaapt u nog? In elke droom zie ik blauw licht aan het einde van de tunnel.

Door de ramen van de tram zie je niet langer hoe het donker wordt. Er kleeft reclame op. Om het licht te houden. Een firmawagen houdt halt op de stoep, parkeert zich daar. De chauffeur bezoekt binnen een moeder. De andere moeder zit in een fauteuil bij het raam. Ze zwaait ook vandaag weer naar mij. In mijn hoofd heet ze Rosa.

Ik kijk daar naar binnen zodat ik even niet bij mezelf moet binnenkijken. Ik kijk naar haar, naar hoe de tijd haar niet langer de baas is. Vaak slaapt een man met open mond in de stoel naast Rosa, vandaag niet. Ze stuurde een bericht, dat ze later zou zijn. We dragen dezelfde kleur sjaal. Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam.

De melkweg (Cadavre exquis)

Schermafbeelding 2017-08-06 om 22.59.24

– Een blinde samenwerking met Yannick Bux en een fles Merlot

Het bouwen van een eigen wereld in
je hoofd, als het tollen gaat in hersenspinsels
De afvoerpijp vol van je haren en jij
van jezelf ben je nooit, al kan je je vrijkopen
Gratis bij aankoop van huisje boompje
beestje onderhuids waar de leegte kruipt
Voldaan als de maan, elke cyclus
sterrenstof door de neus, van getreuzel geen sprake
Zwijgen is glitter, spreken
triest, als de dag geen schoonheid kent
De revolutie buigt zich, kruipt door
spleten in het canvas geven een werk karakter
Moodswings als tegenpolen, noord
zuid, waar drinken klinkt als het noorden kwijt zijn
Thuis, er is nooit genoeg plaats

Alles is fictie

Volgorde van gebeurtenissen:
Koffie. Ik kies de verkeerde.
Passeer Victoria haar huis. Victoria is een vriendin die begrijpt wat ik doe en me inspireert. Toch blijf ik te vaak bij haar weg. Het licht brandt. Ik wil aanbellen. Dag zeggen. Haar verwijten dat ze vorige keer afzegde. Besluit het niet te doen. Wandel door.

Zoek een plek om iets te eten. Bestel Massaman curry op een leeg terras. Het is vier uur in de namiddag. Het plein bevindt zich in een post-apocalyptische staat. Het blijkt stilte voor de storm.

Wanneer ik genoeg heb zie ik een parisienne richting het terras lopen. Ze heeft een lila sjaaltje om en is verder volledig in het zwart gekleed. Op het moment dat ik haar herken prutst ze aan het bandje van haar witte slingback pumps. Victoria.
Ze zwaait en neemt haar oortjes uit. Ze staat eerst vijf minuten recht, daarna gaat ze zitten. We wisselen van terras. Praten over het leven. Ik weet weer wie ik ben.

Ik trek naar het MUHKA. Betaal. Het is daar mooi geworden. Er is een bibliotheek bij de balie nu. Ik lees een boek aan een ellenlange tafel gemaakt uit een evenlange doorsnede van een boom. Het is padoek. Een koraalrode houtsoort die bij blootstelling aan het licht donkerbruin wordt. Padoek is een zeer stabiele houtsoort die niet werkt en nauwelijks vervormt. Beetje zoals sommige mensen.

Ik hoor een Franstalige dame in sappig Nederlands stressen aan de balie. Ze is haar portefeuille vergeten en rammelt onophoudelijk in haar te grote te dure werktas. “Op donderdagavond is de toegang maar één euro mevrouw…” – “Ik weet het, maar … ik ben ze echt gewoon vergeten.” Ze rammelt verder. “Mag ik betalen voor mevrouw?”, hoor ik mijn eigen stem plots zeggen. De dame achter de balie kijkt alsof ze me herkent en giechelt meisjesachtig. De vrouw kijkt verbaast, bedankt me vier keer. Ik ga opnieuw zitten aan de tafel die niet werkt.

Na wat vijf minuten lijkt komt de handtas met vrouw opnieuw op me af. Nog eens bedankt. En dat dit voor mij is, zegt ze terwijl ze een kaartje in mijn handen duwt. Ze legt uit wie ze is. Marie Pok, directeur van le Grand-Hornu in Henegouwen. Le Grand-Hornu is een historisch industrieel mijnbouwcomplex dat tegenwoordig dienst doet als museum en centrum voor innovatie en design. Ze wil dat ik de site bezoek zodat ze mij en mijn vrienden gratis toegang kan verschaffen. Als wederdienst.

Ik bedank haar. Staar nog een halve minuut naar haar kaartje. Ooit is me verteld dat mensen in musea gemiddeld niet langer dan 17 seconden naar een object kijken.

Ik loop rond, wacht op de gids die een wandelgesprek start om 19.30. Het is 19.30. Ik ben alleen.
We wandelen door het museum, met twee. De gids heet Will. Hij praat een uur lang over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’ dat zich op de tweede verdieping bevindt. De tentoonstelling bestaat uit werk van 4 futuristen en 9 kunstenaars, en onderzoekt vier toekomstmogelijkheden: voortgezette groei, instorting, discipline, transformatie. Het lijkt wat op een date met een oudere man die ontzettend veel weet. Ik speel spons, geniet.

Het museum sluit, ik neem afscheid van Will. Loop de Kloosterstraat door en beland met een wijntje ergens in de Hoogstraat. Het charisma van een man met horecazaak wordt bepaald door de terrasstoelen die hij kiest. Rode, oranje en gifgroene stoelen uit kunststof. Ik vraag mij af wat iemand bezielt en ga niet op dat terras zitten.

Ik ontmoet drie vriendinnetjes van een jaar of 8 die in de straat spelen alsof het een autoluwe woonwijk is. Meisjesknuffels en radslagen en de één zegt tegen de ander dat ze het beter kan. Ik ontmoet twee Noorse jongens die me vragen hoe ze het best naar ‘het festival’ kunnen. Ik vraag welk festival en ze kijken me aan alsof ik compleet gestoord ben. Vragen me dan wat ze maandag in de stad nog zeker moeten zien. Ik kan enkel op het museum komen. Ik wil vertellen over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’. Besef dat musea op maandag gesloten zijn. Bedenk dat ze op Tomorrowland al wel een staaltje toekomst voorgeschoteld krijgen.

Ga daarna bij Cartoons naar ‘Visages Villages’ van Agnès Varda en JR kijken. Een cineast en een fotograaf met een enorm leeftijdsverschil die door Frankrijk reizen om met mensen te praten, hen te fotograferen en in reusachtig formaat op gebouwen te plakken. Het was zo schoon.

Heb geen telefoon meer, dit was de meest volle dag sinds een voorstelling van de wereld in onze handpalm past.