Nieuwjaarsbrief

Processed with VSCO with c1 preset

Schrijvers liegen de waarheid bij elkaar, denk daaraan. Mijn beleving is maar een fractie van de realiteit en wordt gekleurd door ego, emoties, oude spoken en het onvermogen om dingen in zijn volledigheid te verwoorden.

In het licht van die onvolledigheid lijst ik deze ‘Wat 2018 Mij Leerde’ alvast op in november. In de hoop dat de lessen op hun einde lopen.

Dit was het jaar dat ik ging samenwonen met de liefde van mijn leven, eindelijk twee droomjobs mocht combineren. Mijn lijf leerde appreciëren. De kracht vond om de juiste mensen aan te spreken. En wist: ik wil gewoon maken, wat woorden samenrapen.

Ik schrijf dit met een hersenschudding en een troebel hart, vanuit een oude slaapkamer met mijn hoofd al in een nieuwe woonkamer op een andere plek in een nieuwe straat die hopelijk mijn thuis wordt. En ik ben verliefd op elke vrouw die ik vanaf dit punt kan zijn.

De laatste zeven jaar zag ik volgende postcodes, in volgorde:
2540 – 2000 – 2070 – 2060 – 2070 – 2600 – 2018 – 2060, en binnenkort: 2020.
Da’s acht keer dozen verzamelen en doen alsof spullen ons bepalen.
Als ik een kat was, was dit mijn laatste leven.

Ik sprak met iemand de vijftig nabij over zoeken en dat het zoeken blijft, dat dat het schone d’r aan is. Ze zei dat ik gewoon niet mag vergeten om onderweg te genieten en hoe cliché dat ook lijkt, van een vrouw die ik nooit zal zijn wordt het een waarschuwing die ik ter harte neem. Ons bewustzijn is het enige ware bezit. Deze hoofdpijn, de gebarsten salontafel, het vullen van de eerste verhuisdozen. De volle maan, de steeg. De twijfel, de beslissingen.

Tegenwoordig blijft de post ongeopend als stapeltje tijd, de brieven turven hoe lang je al weg bent. Ik tel je hemden. We streken nooit, genoten van de plooien. De kalender blijft onaangeraakt zodat ik niet vergeet wanneer de herfst van onze liefde begon. Mensen spreken over hoe mooi we verkleurden, maar we konden niet anders dan onze bladeren laten vallen.

Soms kijk ik rond en denk ik: hoe kan het dat er absoluut niets veranderd is.
Soms kijk ik terug en denk ik: hoe kan het dat niets nog hetzelfde is.

Aan de mensen in mijn binnenste cirkel: Merci. Om me te raken, te begrijpen, te helpen gronden dit jaar. Ik heb meer gepraat en harder gevochten dan ooit tevoren, voor mezelf, voor mijn thuis. Nu is er voor het eerst het gevoel dat ik wortels groei. Ik leerde dit jaar vooral dat niets ooit genoeg zal zijn, maar ik geniet van de schoonheid in de onvolledigheid, van het ontbreken van een tweede kans.

‘Ik viel voor hem, vlak voor ik zei:
Kus me nog een keer, terwijl ik zeg dat ik je haat. Dan hebben we alvast de herhaling, en de contradictie. Moeder en vader van de poëzie.’

Advertenties