Vruchten en vleugels

door LJMV

Wij wilden altijd weten hoe oud alles was. We draaiden aan takjes van appels tot ze afbraken, we telden jaarringen, lieveheersbeestjes hun stippen. Eén twee drie vier vijf jaar oud is de appel. Het maakte niet uit dat dat niet kon. Wat onmogelijk was bleef van belang. Fantasie was magie was waarheid was logica. Het was gewoon het meest logische dat de kracht van het takje bepaalde hoe oud de appel was, dat ie rot zou zijn na een paar weken kwam niet in ons op. Hoe ouder hoe sterker, dachten we. Wisten wij veel over omgekeerd evenredig, dat wij de kracht toen al hadden. We telden jaarringen en stippen op lieveheersbeestjes. Dat insecten geen acht jaar oud worden kwam niet in ons op. De stippen tellen, de jaren. Vliegen en kruipen en vliegen en kruipen en stippen kweken.

Ik viel als appel op een bepaalde afstand van de boom, niemand berekent hoe ver precies maar ik zie het in de spiegel. Ik rol verder en probeer te vermijden dat iemand aan mij draait om te zien of ik sterk genoeg ben. Ik wil niet dat het laatste waar je aan ziet waar ik groeide afbreekt. Nu er jaarringen rond mijn ogen gedijen en ik stippen op mijn armen verzamel weet ik beter, weet ik dat ik nog niets weet. Misschien wel dat tijd mensen tot slaven maakt. Dat ze rondjes rent. Dat niemand de baas is. Wij wilden altijd weten hoe oud alles was. Hoe ouder hoe sterker, dachten we. Wisten wij veel over omgekeerd evenredig, dat wij alle kracht toen al hadden.

Advertenties