Blauw licht

door LJMV

Door de ramen van de tram zie je niet langer hoe het donker wordt. Er kleeft reclame op. Om het licht te houden. Een firmawagen met plaats voor vijf met slechts één inzittende houdt halt op de stoep, parkeert zich daar. De chauffeur bezoekt binnen een moeder. Een andere moeder zit in een fauteuil bij het raam. Ze zwaait naar mij. In mijn hoofd heet ze Rosa.

Door een raam kijken heeft iets van escapisme. Bij iemand anders binnenkijken zorgt ervoor dat je even niet bij jezelf moet binnenkijken. Bij het rusthuis om de hoek is mijn blik altijd welkom. Vaak slaapt een man met open mond in de stoel naast Rosa, zo ook vandaag. Ik kijk naar binnen, naar haar. Naar hoe de tijd haar niet langer de baas is. Hoe die alleen nog het einde mag bepalen, niet langer het tempo.

Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam,
dan mijn Samsung Galaxy S8 met afgerond scherm. We zitten gevangen in algoritmes.
Slaapt u nog? In elke droom zie ik blauw licht aan het einde van de tunnel.

Aan halte Astrid beweegt de wereld. Politie met een fiets op de roltrap, een jonge vrouw op een toestel dat niet smart is maar wel een phone. Wel kleur, wel meer dan 9 karakters op het scherm. Ze stuurt een bericht, dat ze later zal zijn. We dragen dezelfde kleur sjaal. Hij stuurt niet terug.

De vrouw heeft een rugzak om. Met een rugzak om voel ik me een kind van twaalf in een enorm meisjeslichaam. Meer dan de helft van de mensen moet omhoog kijken om me aan te kijken. Een deel daarvan doet die moeite niet.

Meester Martens van het vierde leerjaar vertelde tijdens de lessen meetkunde altijd dat één meter tachtig de gemiddelde lengte is voor een man. Hij was één meter 80. Ik ben dat ook, nu. Het was niet mijn ambitie om gemiddeld te worden. Hij zette me thuis af omdat het op zijn weg was en omdat mama langer werkte dan de naschoolse opvang duurde. Hij reed met een rode Alfa Romeo en ik keek alleen maar door het raam, zei nooit wat. Alleen dankuwel en tot morgen. Toen had ik ook een rugzak.

Aan halte Astrid beweegt de wereld.
Ik doe mijn best om rechtop te lopen. Verbergen is een vorm van oprollen. Het was niet mijn ambitie om gemiddeld te worden. Er is een vrouw die haar raampje laat vallen. Omstanders houden hun adem in tot de opluchting van haar gezicht te lezen valt. Het scherm is niet gebarsten. Haar wereld niet gebroken.

Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam,
dan mijn Samsung Galaxy S8 met afgerond scherm. We zitten gevangen in algoritmes.
Slaapt u nog? In elke droom zie ik blauw licht aan het einde van de tunnel.

Door de ramen van de tram zie je niet langer hoe het donker wordt. Er kleeft reclame op. Om het licht te houden. Een firmawagen houdt halt op de stoep, parkeert zich daar. De chauffeur bezoekt binnen een moeder. De andere moeder zit in een fauteuil bij het raam. Ze zwaait ook vandaag weer naar mij. In mijn hoofd heet ze Rosa.

Ik kijk daar naar binnen zodat ik even niet bij mezelf moet binnenkijken. Ik kijk naar haar, naar hoe de tijd haar niet langer de baas is. Vaak slaapt een man met open mond in de stoel naast Rosa, vandaag niet. Ze stuurde een bericht, dat ze later zou zijn. We dragen dezelfde kleur sjaal. Ik verzamel krantenknipsels die bewijzen dat de wereld groter is dan mijn raam.

Advertenties