Alles is fictie

door LJMV

Volgorde van gebeurtenissen:
Koffie. Ik kies de verkeerde.
Passeer Victoria haar huis. Victoria is een vriendin die begrijpt wat ik doe en me inspireert. Toch blijf ik te vaak bij haar weg. Het licht brandt. Ik wil aanbellen. Dag zeggen. Haar verwijten dat ze vorige keer afzegde. Besluit het niet te doen. Wandel door.

Zoek een plek om iets te eten. Bestel Massaman curry op een leeg terras. Het is vier uur in de namiddag. Het plein bevindt zich in een post-apocalyptische staat. Het blijkt stilte voor de storm.

Wanneer ik genoeg heb zie ik een parisienne richting het terras lopen. Ze heeft een lila sjaaltje om en is verder volledig in het zwart gekleed. Op het moment dat ik haar herken prutst ze aan het bandje van haar witte slingback pumps. Victoria.
Ze zwaait en neemt haar oortjes uit. Ze staat eerst vijf minuten recht, daarna gaat ze zitten. We wisselen van terras. Praten over het leven. Ik weet weer wie ik ben.

Ik trek naar het MUHKA. Betaal. Het is daar mooi geworden. Er is een bibliotheek bij de balie nu. Ik lees een boek aan een ellenlange tafel gemaakt uit een evenlange doorsnede van een boom. Het is padoek. Een koraalrode houtsoort die bij blootstelling aan het licht donkerbruin wordt. Padoek is een zeer stabiele houtsoort die niet werkt en nauwelijks vervormt. Beetje zoals sommige mensen.

Ik hoor een Franstalige dame in sappig Nederlands stressen aan de balie. Ze is haar portefeuille vergeten en rammelt onophoudelijk in haar te grote te dure werktas. “Op donderdagavond is de toegang maar één euro mevrouw…” – “Ik weet het, maar … ik ben ze echt gewoon vergeten.” Ze rammelt verder. “Mag ik betalen voor mevrouw?”, hoor ik mijn eigen stem plots zeggen. De dame achter de balie kijkt alsof ze me herkent en giechelt meisjesachtig. De vrouw kijkt verbaast, bedankt me vier keer. Ik ga opnieuw zitten aan de tafel die niet werkt.

Na wat vijf minuten lijkt komt de handtas met vrouw opnieuw op me af. Nog eens bedankt. En dat dit voor mij is, zegt ze terwijl ze een kaartje in mijn handen duwt. Ze legt uit wie ze is. Marie Pok, directeur van le Grand-Hornu in Henegouwen. Le Grand-Hornu is een historisch industrieel mijnbouwcomplex dat tegenwoordig dienst doet als museum en centrum voor innovatie en design. Ze wil dat ik de site bezoek zodat ze mij en mijn vrienden gratis toegang kan verschaffen. Als wederdienst.

Ik bedank haar. Staar nog een halve minuut naar haar kaartje. Ooit is me verteld dat mensen in musea gemiddeld niet langer dan 17 seconden naar een object kijken.

Ik loop rond, wacht op de gids die een wandelgesprek start om 19.30. Het is 19.30. Ik ben alleen.
We wandelen door het museum, met twee. De gids heet Will. Hij praat een uur lang over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’ dat zich op de tweede verdieping bevindt. De tentoonstelling bestaat uit werk van 4 futuristen en 9 kunstenaars, en onderzoekt vier toekomstmogelijkheden: voortgezette groei, instorting, discipline, transformatie. Het lijkt wat op een date met een oudere man die ontzettend veel weet. Ik speel spons, geniet.

Het museum sluit, ik neem afscheid van Will. Loop de Kloosterstraat door en beland met een wijntje ergens in de Hoogstraat. Het charisma van een man met horecazaak wordt bepaald door de terrasstoelen die hij kiest. Rode, oranje en gifgroene stoelen uit kunststof. Ik vraag mij af wat iemand bezielt en ga niet op dat terras zitten.

Ik ontmoet drie vriendinnetjes van een jaar of 8 die in de straat spelen alsof het een autoluwe woonwijk is. Meisjesknuffels en radslagen en de één zegt tegen de ander dat ze het beter kan. Ik ontmoet twee Noorse jongens die me vragen hoe ze het best naar ‘het festival’ kunnen. Ik vraag welk festival en ze kijken me aan alsof ik compleet gestoord ben. Vragen me dan wat ze maandag in de stad nog zeker moeten zien. Ik kan enkel op het museum komen. Ik wil vertellen over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’. Besef dat musea op maandag gesloten zijn. Bedenk dat ze op Tomorrowland al wel een staaltje toekomst voorgeschoteld krijgen.

Ga daarna bij Cartoons naar ‘Visages Villages’ van Agnès Varda en JR kijken. Een cineast en een fotograaf met een enorm leeftijdsverschil die door Frankrijk reizen om met mensen te praten, hen te fotograferen en in reusachtig formaat op gebouwen te plakken. Het was zo schoon.

Heb geen telefoon meer, dit was de meest volle dag sinds een voorstelling van de wereld in onze handpalm past.

Advertenties