Tram 3

door LJMV

image

“Ik moet er de volgende af.”
Drie yoga posities wisselden elkaar af om de krakende dame door te laten. Ze rook zoet. Naar kokosnoot. In schril contrast met alle andere dingen die m’n neus tormenteerden die rit.

Toen we vertraagden gingen behalve de meeste mensen ook de donsjes achter in mijn nek staan. Ik zag hem. Hij ramde als een maniak op het knopje van de deur. Het rusteloos geklik irriteerde me mateloos. Hij ging al tijden niet meer met de tram. Maar in de spits had stapvoets verkeer keer op keer een slagveld gemaakt van zijn nagels. Alleen de handen van iemand met een negen tot vijf. Nog steeds niet de blik. Hij stapte als van adel het voertuig op en vergistte mijn ingewanden voor een paar veters. Driedubbele knoop. Ik wist het niet zeker.

De manier waarop het ritme van zijn wimpers onderbroken werd toen hij mij vond verried dat hij. Was. Er was opnieuw heel wat plaats. Ik zat alleen in een vierzit, met mijn gezicht naar de deur. Hij liep het trapje op naar de lege plek schuin over me. Er was genoeg plaats op de tram. Er was genoeg.

Terwijl ik strak voor me bleef uit staren trachtte ik verloren nonchalance te veinzen. Hij was arrogant en vastberaden te nemen wat hem toekwam. De twijfel ontgroeid. Het ontglippen verleerd. Ik voelde zijn blik priemen. Zijn ogen brandden langs mijn wang, over mijn hals naar mijn sleutelbeen. Alles gloeide. Aangekomen bij mijn handen – die nog steeds gevouwen in mijn schoot lagen – hield hij halt. In mijn ooghoek zag ik wat het met hem deed.

We bolden verder over de sporen de Schelde onder. Ik hoopte dat daar alle lichten zouden uitgaan. En dat we als vanzelf weer terug gingen naar wat was, eens we die tunnel uit waren.

Op het eerste ondergronds perron zocht ik wanhopig naar een bekend gezicht.
“Je bent op zoek naar wat over je zit”
– ‘Ik moet er de volgende af.’
“Je blijft.
Ditmaal
tot het einde van de rit.”

Advertenties