Traject

door LJMV

Tunnelvisie. Ik stak de straat over zonder de geringste aandacht voor wat me voorbijraasde. Een kwartier te vroeg. Allesbehalve gewoonte. Alsof na een buitensporig veelvoud van vijftien minuten twijfelen die allerlaatste mij wél ontoerekeningsvatbaar zouden verklaren. Na wat leek op een eeuwigheid aan ontweken weken stonden we dan eindelijk stem-aan-stem aan de deur. De koude me bijna vreemd, tot hij vragend mijn naam zei. Ik zocht nog naar mijn stem toen ik knikte. De deur klikte. Open.

Met ingestudeerde intonatie herhaalde ik wat ik dagenlang had geoefend in mijn hoofd, liep toen de gang door en riep. De lift. Mijn wijsvinger schreeuwde op het knopje om de lift. Mezelf daar in de val lokken was broodnodig. Het zou onmogelijk zijn om nog de benen te nemen eens ik de het cijfer van de verdieping had plat geramd. Hoe pijlsnel momenten elkaar opvolgden spotte met mijn vervlogen hoop dat in de lift de tijd even zou stilstaan. Ik dacht daar nog even alles op een rijtje te zetten maar, domino.

Op straat had ik afscheid genomen van het weglopen, maar ik was nog niet toe aan de confrontatie. Liefst had ik eeuwig tussen ‘onderweg’ en ‘aangekomen’ gedwaald. Ik schrikte op door een luid gezoem. Mechanica hield geen rekening met mijn klamme handen en de lift denderde onheilspellend omhoog. Een onverstoorbaar traject. Verdiep per verdiep verloor ik me afwisselend in het beton tussen de verdiepen en de afgebladderde verf van de deuren. Op het vierde dacht ik er even over na om uit te stappen en me via de wenteltrap opnieuw naar beneden te wenden. Terwijl ik opnieuw weglopen in overweging nam stopte de lift bijna te bruusk. Ik struikelde de ene deur uit. De volgende stond al open.

Ik verloor grip op beide klinken en vond mezelf weer op het kruispunt. Na die laatste u-turn zag ik de doodlopende straat voor wat ze echt was. Een leeg steegje. Het waaide er even, en de ruis in de stilte bracht naar boven wat er al die tijd lag. Stukken weerspiegelend glas.

Barst.

Advertenties