Bestemd

door LJMV

Bestemd

Het einde van een zoveelste witte nacht bracht me als een klein meisje tot ver buiten mijn eigen stad. Mijn hinderlijk lange benen opgetrokken tegen het treinzitje voor me. Ongelooflijk oncomfortabel. Soms verloor ik minutenlang het gevoel in m’n linkervoet. Ik bedacht me hoe het zou zijn met diezelfde tinteling in een slapend hart. Gevoelloos? Verzacht? Mevrouw voor me apprecieerde mijn schommelkwaliteiten niet zo. Zuur wicht. Ik zakte langzaam weg.

De conducteur zijn stem klonk harmonieus “goeiemorgen” in de mix met Drake. ‘She’s from the – goeiemorgen – jungle’
– Ik verdreef de slaap van tussen m’n wimpers en duwde hem een verfomfaaid treinticket in de handen. Ondoorleefde handen, nergens wondjes. Geen eelt. De handen van iemand die met voorzichtige grip stempels zet en liedjes remixt met zijn ‘goeiemorgen’. Lege zakken. Drie uur werken voor een ticket voor een reis van twee uur, dat met één klikje van een stempel ontwaard wordt. Nog zuurder dan de vrouw in de stoel voor me. We bolden als citroenen verder.

Het raam keek uit op onnoemelijk uitgestrekte velden die stad na stad aan elkaar naaiden. Ik rustte het hoofd op dat kader van stiksels, maar kon de slaap maar moeilijk vatten. Al vier tassen koffie op sinds ik het schoonste goed alleen in mijn bed achterliet. Zou hij die leegte nu al gevoeld hebben? Zou mijn plek al koud zijn? Zou hij geweten hebben dat ik naast de moed ook mezelf bij elkaar moest rapen voor ik kon vertrekken? Dat ik minutenlang naar hem staarde toen ik opmerkte dat hij – net als mij – door dromenland ploetert met één arm bovenop zijn hoofd? Ik besloot de benen te nemen. De trein eigenlijk. Ik wist geen blijf met mezelf. Met mijn benen nu ook niet eigenlijk.

Een halfuur geleden had ik nog vertwijfeld in de vertrekhal gestaan met een emmer koffie. Ik wist niet waarheen. Vogeltjepik op het bord met bestemmingen. Niemand anders waagde een worp. In de wagon hadden mijn medereizigers diezelfde vastberaden blik goed ingestudeerd. Zij wisten waarheen. Ik twijfelde, alleen. Mijn kompas wees naar ‘vermomd als klein meisje verstoppen in de bagageruimte’ – mijn buikgevoel zei ‘hoofd door het raampje wringen en haren laten wapperen in de wind.’
Tien minuten voor aankomst viel ik alsnog in slaap, één arm gedrapeerd over mijn hoofd.

Advertenties