LJMV

Lies Jo Vandenhende

Maand: februari, 2015

Februari

Februari snijdt altijd vlijmscherp de bocht af temidden een winterse tocht van bevroren rechtlijnigheid. Ontslagen versierde naaldbomen, vlak voor pluizig roze bloesem. De kortste maand van het jaar. Drie dagen minder, maar rot verwend – en zelfverklaard evenwaardig. De eerste échte, na de lege voornemens van januari. Onvervalst en ontnuchterend. Doodeerlijk. Boven podiumplaatsen verheven. Ze laat onverschillig de eerste met alle druk omgaan. Ze doet iedereen de derde vergeten. Februari eindigt in de schijn van de projectie, als leeuwige tweede.

Advertenties

Vreemdgaan

Mag ik de eerstvolgende keer
dat je uit de bocht vliegt
en vrijend met de stilte in de struiken belandt
Mag ik dan kijken?

Oversteken

Ik duik in de passagierszetel. Het goud naast me staart uit het raam. Hij zegt: Ik zou iets kunnen schrijven over hem, zijn gezicht vertelt een verhaal. De sleutel raakt vastberaden het contact. Ik kijk beide verhaalvertellers afwisselend aan, en m’n gedachten gaan ijverig met die opmerking aan de haal.

Het liefst zou ik later ook zo’n gezicht hebben. Huid even verhalend als een roman of drie. De hoogtepunten door de lezer onderlijnd. En wanneer het enige dat groen overblijft mijn iris is, dat dan de som van slapeloze nachten rood in het wit van mijn ogen kleurt. Een nog even gouden lok. Een glimlach completer dan voorheen. Die vervloekte lijn in mijn voorhoofd nog dieper. Mijn wangen holler dan ze nu zijn. Krasjes schaduw op mijn slapen. De tel kwijt bij mijn sproeten. Poriën opgevuld met het onderste uit de kan.
Dan zouden er meisjesblikken op me rusten. en zou ik hen liefst zien beseffen hoe mooi het leven kan kerven.

Ik strijk mijn voorlopig gladde oogleden neer op de kwartslag naar links, mijn gedachtestroom onderbroken.
‘Jongedame, die blik…’
– ‘Wat?’, vraag ik.
‘…is het enige wezenlijke dat er in slaagt me in verlegenheid te brengen.”

En moest ik kunnen kiezen, wil ik dat de tijd daar
geen verandering in brengt.

Echo

Ik ben getrouwd met de stilte, maar dit is mijn buitenechtelijk vertoog. Buiken omhoog. Zo drijven vissen stroomafwaarts wanneer ongeschoold. Klim in hoge bomen en krijg klappen van de windmolen zijn loof. Gevallen vruchten in steriele dwaling. Verdwaald door een halfbakken opvoeding, een afstandsbediening en een schermenverzameling. Verzameld en als een genummerd schaap gehoed – steevast geschoren voor de wol terug groeit. Groeiend wantrouwen trouwens – en nix ontmanteld door de mantel der liefde, al valt er veel te bedekken. Bedekte kooien van vogels die hun eigen liederen niet mogen bekken.

Dus denk, gepluimde praatjesmaker. Denk. Zijn die gedachten echt de uwe? Of is het een aimabele politieker zijn gal dat je komt spuwen? Haal je de mosterd uit kasten die je liever zonder pit zien? Wij? Generatiegenoten, maar van een andere lichting. Verre van op zoek, ik dicht consistent in een andere richting. Dus sta me toe om even te teven en wees meteen eerlijk: Wanneer werd papegaaien de rode draad doorheen u leven? Gedachtegang rehabilitatie. Trap al dat blauw op straat eens tegen je eigen schenen. Hln.be… maar wanneer heb je voor het laatst iets gelezen?

Ongerept

De ochtend delen valt zoveel intiemer als de nacht.
Alles aan die eerste tellen is bijna akelig ongekunsteld. Mijn haar ligt ongehoorzaam, een kussen drukt sporen tegen je slapen. Het daglicht brutaal. Ik ben wakker voor de wekker, omdat ik gordijnen blijf ontkennen
alsof er niets valt of staat met verbergen

Ben ik vandaag deel van je ochtendroutine.
We kijken op tegen andere verplichtingen met dezelfde tegenzin, en de zoveelste voorziene kater. Er is de afwas van gisteren die gadeslaat hoe je uiterst geconcentreerd een naderende lepel cornflakes bestudeert, terwijl ik afkeurend de achterkant van de doos ontleed. Een restje tandpasta rust waar afgelopen nacht een onweerstaanbare glimlach zat. Nog voor de eerste tas koffie laat je de tweede koud worden.

Naast bed liggen schoenen. Maar jij staat nog even
op één been, in een tevergeefse poging om je in sneakers te wringen en voor de tram te spurten, zonder eerst de veters en het einde te ontknopen. Je verliest onomstotelijk voorbereid het evenwicht
alsof je hier al eerder was

Deel van je ochtendroutine
gehaast gehinkel.
Je vloekt meer dan luid. Mijn lippen lezen ‘stil’, en dat de buren nog slapen.
Jij stopt,
me dan een kussen toe.
‘Aan jou de eer ze wakker te maken.’
Gespeeld protest, maar net niet overtuigend genoeg.