Ljmv

degradeer mij tot ontspoorde prinses

Interieurarchitectuur

Met vage herinneringen aan Franse chanson en dit stokbrood, doen alsof ik in Parijs op een tram zit. Niet ergens in een stad waar constant wegen middendoor. Alsof er een stippellijn op getekend staat.
Knip hier’
en dan de puzzel leggen.

Met de tram reizen is een voorrecht. Eender wat doen terwijl je stil staat, en niemand die boetes uitdeelt, tenzij je voeten op de zitjes rusten. Een voorrecht. Met oortjes in best draagbaar ook.
Muziek heelt wonden
en krabt aan hun korstjes.

De rit confronteert me, met alles dat ik niet wou worden toen ik klein was.
Norse snorremans, tramchauffeur extraordinaire, automatische deur.
Met al het moois dat ik nooit zal zijn.
Aziatische schone, naaldhakkoningin, boekentas met kind,
kokette pareldame, moeder van vier, Golden retriever.

Vorige week zat ik op een terras naast een jongen met heel goed haar. We zaten in een bocht waar om de twaalf minuten een tram voorbij raast. Hij wees me er op hoe verloren passagiers lijken, en elk volgend voertuig gevuld met bestemmingsloze blikken bevestigde zijn stelling.

Verzonken in gedachten op de tram vergeet ik het ook wel eens, waarheen. Maar misschien mag ik vergeten. Misschien is op een terrasje zitten de haag snoeien, zodat de buren goed praten. En op de tram zitten binnenwerk,
interieurarchitectuur
korstjes groeien.

Advertenties

De melkweg (Cadavre exquis)

Schermafbeelding 2017-08-06 om 22.59.24

– Een blinde samenwerking met Yannick Bux en een fles Merlot

Het bouwen van een eigen wereld in
je hoofd, als het tollen gaat in hersenspinsels
De afvoerpijp vol van je haren en jij
van jezelf ben je nooit, al kan je je vrijkopen
Gratis bij aankoop van huisje boompje
beestje onderhuids waar de leegte kruipt
Voldaan als de maan, elke cyclus
sterrenstof door de neus, van getreuzel geen sprake
Zwijgen is glitter, spreken
triest, als de dag geen schoonheid kent
De revolutie buigt zich, kruipt door
spleten in het canvas geven een werk karakter
Moodswings als tegenpolen, noord
zuid, waar drinken klinkt als het noorden kwijt zijn
Thuis, er is nooit genoeg plaats

Alles is fictie

Volgorde van gebeurtenissen:
Koffie. Ik kies de verkeerde.
Passeer Victoria haar huis. Victoria is een vriendin die begrijpt wat ik doe en me inspireert. Toch blijf ik te vaak bij haar weg. Het licht brandt. Ik wil aanbellen. Dag zeggen. Haar verwijten dat ze vorige keer afzegde. Besluit het niet te doen. Wandel door.

Zoek een plek om iets te eten. Bestel Massaman curry op een leeg terras. Het is vier uur in de namiddag. Het plein bevindt zich in een post-apocalyptische staat. Het blijkt stilte voor de storm.

Wanneer ik genoeg heb zie ik een parisienne richting het terras lopen. Ze heeft een lila sjaaltje om en is verder volledig in het zwart gekleed. Op het moment dat ik haar herken prutst ze aan het bandje van haar witte slingback pumps. Victoria.
Ze zwaait en neemt haar oortjes uit. Ze staat eerst vijf minuten recht, daarna gaat ze zitten. We wisselen van terras. Praten over het leven. Ik weet weer wie ik ben.

Ik trek naar het MUHKA. Betaal. Het is daar mooi geworden. Er is een bibliotheek bij de balie nu. Ik lees een boek aan een ellenlange tafel gemaakt uit een evenlange doorsnede van een boom. Het is padoek. Een koraalrode houtsoort die bij blootstelling aan het licht donkerbruin wordt. Padoek is een zeer stabiele houtsoort die niet werkt en nauwelijks vervormt. Beetje zoals sommige mensen.

Ik hoor een Franstalige dame in sappig Nederlands stressen aan de balie. Ze is haar portefeuille vergeten en rammelt onophoudelijk in haar te grote te dure werktas. “Op donderdagavond is de toegang maar één euro mevrouw…” – “Ik weet het, maar … ik ben ze echt gewoon vergeten.” Ze rammelt verder. “Mag ik betalen voor mevrouw?”, hoor ik mijn eigen stem plots zeggen. De dame achter de balie kijkt alsof ze me herkent en giechelt meisjesachtig. De vrouw kijkt verbaast, bedankt me vier keer. Ik ga opnieuw zitten aan de tafel die niet werkt.

Na wat vijf minuten lijkt komt de handtas met vrouw opnieuw op me af. Nog eens bedankt. En dat dit voor mij is, zegt ze terwijl ze een kaartje in mijn handen duwt. Ze legt uit wie ze is. Marie Pok, directeur van le Grand-Hornu in Henegouwen. Le Grand-Hornu is een historisch industrieel mijnbouwcomplex dat tegenwoordig dienst doet als museum en centrum voor innovatie en design. Ze wil dat ik de site bezoek zodat ze mij en mijn vrienden gratis toegang kan verschaffen. Als wederdienst.

Ik bedank haar. Staar nog een halve minuut naar haar kaartje. Ooit is me verteld dat mensen in musea gemiddeld niet langer dan 17 seconden naar een object kijken.

Ik loop rond, wacht op de gids die een wandelgesprek start om 19.30. Het is 19.30. Ik ben alleen.
We wandelen door het museum, met twee. De gids heet Will. Hij praat een uur lang over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’ dat zich op de tweede verdieping bevindt. De tentoonstelling bestaat uit werk van 4 futuristen en 9 kunstenaars, en onderzoekt vier toekomstmogelijkheden: voortgezette groei, instorting, discipline, transformatie. Het lijkt wat op een date met een oudere man die ontzettend veel weet. Ik speel spons, geniet.

Het museum sluit, ik neem afscheid van Will. Loop de Kloosterstraat door en beland met een wijntje ergens in de Hoogstraat. Het charisma van een man met horecazaak wordt bepaald door de terrasstoelen die hij kiest. Rode, oranje en gifgroene stoelen uit kunststof. Ik vraag mij af wat iemand bezielt en ga niet op dat terras zitten.

Ik ontmoet drie vriendinnetjes van een jaar of 8 die in de straat spelen alsof het een autoluwe woonwijk is. Meisjesknuffels en radslagen en de één zegt tegen de ander dat ze het beter kan. Ik ontmoet twee Noorse jongens die me vragen hoe ze het best naar ‘het festival’ kunnen. Ik vraag welk festival en ze kijken me aan alsof ik compleet gestoord ben. Vragen me dan wat ze maandag in de stad nog zeker moeten zien. Ik kan enkel op het museum komen. Ik wil vertellen over ‘Het tijdelijk toekomstinstituut’. Besef dat musea op maandag gesloten zijn. Bedenk dat ze op Tomorrowland al wel een staaltje toekomst voorgeschoteld krijgen.

Ga daarna bij Cartoons naar ‘Visages Villages’ van Agnès Varda en JR kijken. Een cineast en een fotograaf met een enorm leeftijdsverschil die door Frankrijk reizen om met mensen te praten, hen te fotograferen en in reusachtig formaat op gebouwen te plakken. Het was zo schoon.

Heb geen telefoon meer, dit was de meest volle dag sinds een voorstelling van de wereld in onze handpalm past.

Marktonderzoek

Processed with VSCO with hb2 preset

Ik dwing mezelf te kijken tot het went. Het is zaterdag. Ik sta in een supermarkt, op stormloopdag. Wat mensen mee naar huis tjokken blijft me verbazen, maar het kan me weinig schelen. Eén ding staat vast: als ze komen gaan ze ook weer weg. Iedereen die hier binnenwandelt stapt dezelfde dag weer buiten. De meesten doen dat hetzelfde uur nog. Dat maakt het eenvoudiger voor mij.

Wat beweegt zo snel dat je het niet kan zien? De sensor van de automatische schuifdeur levert zwaar werk. Hoe meer bezoekers, hoe vaker de deur opent. Hoe meer bezoekers, hoe vaker de deur sluit.

Vandaag blijft een meisje van een jaar of vijf nieuwsgierig staan vlak voor ze in het verlengde van moeders’ ganzenpas de winkel verlaat. Met veel trots draagt ze twee blonde dotjes, die als zomerse bollen vanille-ijs bijna van haar hoofd afglijden. Heel even heb ik het idee dat ze begrijpt wat ik daar sta te doen. Ze kijkt van de deur naar mij. Weer naar de deur. Het led-lampje boven de ingang licht rood op.

Er zit een nauwelijks merkbare vertraging op de sensor die de informatie naar het mechanisme van de deur moet doorsturen. Iemand in volle pas moet daarom altijd even inhouden vlak voor het buitengaan. Dat gebeurt zo’n 833 keer per dag. Het verveelt nooit. Wat beweegt zo traag dat je het niet kan zien? Dat specifieke moment dat klanten gedwongen hun pas moet inhouden is net lang genoeg om hen in mij op te nemen.

Ik onderzoek hoe mensen weggaan. Hoe mensen weggaan in hun dagelijkse activiteiten. Van hun dagelijkse activiteiten. Naar andere dagelijkse activiteiten. Ik onderzoek wie treuzelt voor hij gaat. Wie nadenkt bij het weggaan. Wie zich bijna bedenkt. Waarom. Ik onderzoek wie bijna tegen de glazen deur botst terwijl hij nog even de perkamentrol-lange rekening nakijkt, alsof iemand anders al die spullen in de kar. Ik kijk toe hoe hun achterhoofden bollen. Hoe hun welvaartskuiten opspannen. Hoe hun ruggen hollen, dan weer krommen. Ik onderzoek hoe voeten ploffen. Hoe hun hielen slepen.

We verdelen ons gewicht ongelijk. Zoals we in boodschappentassen vooral de melk onderaan willen zodat de tomaten niet geplet worden maar dan snel alle zware dingen in dezelfde boodschappentas gooien omdat de kassierster de aankopen bijna onmenselijk snel scant en wij niet kunnen volgen. Ik onderzoek hoe de helft van de mensen op de buitenkant van zijn voeten gaat en de andere helft op de binnenkant. Hoe niemand voeten nog gebruikt zoals ze zijn ontworpen. Gaan we nog genoeg en als we gaan waar gaan we heen?

Ik onderzoek hoe mensen weggaan. Als je eenmaal genoeg ruggen en kuiten en achterhoofden hebt gezien, verbaast het je dan nog? Raakt het je dan nog. Wanneer mensen weggaan. Of het went, dat ze weggaan.

Ik houd bij wie nog terugkeert. Wie vergat de eieren? En de melk. Wie vergat de melk? Wie beseft bij het buitengaan dat hij de eieren of de melk vergat maar gaat toch weg. Voor wie is terugkeren erger dan geen eieren of melk in huis hebben? Raakt het je dan nog. Of het je nog raakt. Wanneer ze weggaan. Of het went, dat ze weggaan. Wat beweegt zo snel dat je het niet kan zien? Op welke kant van je voeten ga jij?

Minuutsoep

Mijn grootmoeder zei vroeger dat het goed is tot tien te tellen voor je iets zegt. Had ik een hekel aan. Een verkoper die eruitziet als iemand die Jelle heet manoeuvreert tetrisgewijs door het middenpad en belandt na veel pardons aan de vierzit waar ik zit. De skai bekleding kleeft aan de achterkant van mijn bovenbenen. Heb ik een hekel aan. Ik trek mezelf los uit de greep van mijn zomerzweet en dat van wie daar voor mij zat. Jelle doet zijn ding met een zakje poeder en heet water. De man schuin over me betaalt zijn keppoesjienow en roert vier minuten lang in zijn beker. Aan wat hebben we zoveel plaats verspild dat tegenwoordig alles in poedervorm komt? Ik bijt op mijn tong. Eén.

Heb een grondige hekel aan mensen die op de trein zitten en het niet voldoende vinden om te weten dat ze iets te eten of te drinken zouden kunnen bestellen moesten ze dat echt willen, maar het ook echt doen. Twee.

Mensen die iets te eten of te drinken bestellen bij de jongeman die in zijn met snoeprepen en frisdrank beladen uitrusting ijsbeert langs het anders ook al te smalle gangpad. Hij is een soort van wandelende nachtwinkel maar dan overdag en op de trein en niet enorm imagoverlagend eerder gewoon sneu. Drie.

Heb een bloedhekel aan mensen die een cappuccino bestellen bij de wandelende nachtwinkel maar dan overdag en op de trein. Een cappuccino had je daarnet in het station kunnen bestellen bij één van de zes koffiezaken. Nee. Moet op de trein. In poedervorm, alsof wij astronauten zijn. Vier.

Het hoort een kunst te zijn. Gebrande koffiebonen worden eerst gemalen. Zowel de grootte van de korrel als het toestel is daarbij van belang. De tot op de gram afgewogen hoeveelheid versgemalen koffie wordt opgevangen, gladgestreken en platgewalst met een tamper. De koffie gaat de espressomachine in en het geheel loopt tussen de 25 en 30 seconden door. In die tijd stoomt de barista de melk in een pitcher. Vijf.

De melk wordt opgewarmd tot ze zijdeachtig blinkt. Melk die wordt opgeschuimd mag niet warmer dan 75° C worden. Al te vaak wordt melk te heet gestoomd. Valt niets meer mee aan te vangen dan. Als de melk de juiste consistentie heeft giet de barista de melk met routineuze souplesse bij de koffie. Tijdens het gieten mengt de melk zich volledig met de koffie, zodat roeren achteraf overbodig is. Maar astronauten roeren graag. Zes.

Een overzicht van algemene misvattingen in verband met cappuccino’s:
– Je hoeft niet te roeren. Nee. ook niet een beetje. Als je cappuccino juist is gemaakt is de melk al doorheen heel je espresso gegaan.
– Er ligt geen schuimlaag op een cappuccino. De melk in een echte cappuccino bestaat uit microfoam. Microscopisch kleine luchtbelletjes die zich perfect mengen met de koffie. Géén schuim.
– Een cappuccino komt niet in poedervorm.
– Ook niet op de trein.
Zeven.

Dingen die oké zijn in poedervorm:
– suiker
– zout
– talkpoeder
– mierenpoeder
– rattenvergif
einde
nee wacht
Acht.
– niet dat ik het goedkeur maar coke is blijkbaar nog veel verslavender als het niet in poedervorm komt, daarom is het ok in poedervorm denk ik
– middel tegen voetschimmel
Negen.

Dingen waar we plaats aan hebben verspild:
– de meeste politiekers
– terreinwagens in steden
– de lucht in zakjes chips
– parkeerplaatsen voor terreinwagens in steden
– dubbele bedden voor mensen waar niemand naast wil
– verpakkingen voor dingen die niet verpakt hoeven te worden
– kantoren waar we werken om te grote huizen met tuinen af te betalen
– te grote huizen met tuinen maar geen tijd om de tuinen te onderhouden wegens te veel werk op kantoor
– toch vooral de lucht in zakjes chips
Tien.

 

 

fantoompijn

We sturen elkaar lades vol postkaarten
alsof we altijd op vakantie zijn
alsof het pas echt is
als de postbode meeleest

Het weerzien is een massarevue
en een verjaardagsfeest:
Je bent zenuwachtig omdat je niet weet wat je krijgt
en hoopt niet te moeten doen alsof

Hoe we in de ander altijd een atlas zien
in registers plekken zoeken om thuis te komen
punaises prikken waar we eerder
en dan voelen hoe zeer
het nog doet na het feest

3005

van alles dat we spelen, doet Mooi Weer het meeste zeer